Maaitechniek voor opschot en struiken

De zwaardere machines, zoals de Jonsered GR 50, GR 41 en GR 36 worden gebruikt met het zwaardere driepunts slagmes, dat gemakkelijk door stammen gaat. Gebruik, als de stammen te dik zijn, een zaagblad om door de stam te zagen. Als vuistregel: gebruik een zaagblad als de stam dikker is dan een duim.

De kleinere lichtgewichtmachines, zoals de Jonsered GR 2032 en 2026 worden geleverd met het vierpunts slagmes, dat soepeler werkt en minder ‘slaat’. Of u kunt een speciaal zaagblad aanbrengen, Opti 226T, dat speciaal ontwikkeld is voor deze machines. Als u een loophandgreep heeft, moet deze worden vervangen door een “J” handgreep.

In dichte vegetatie heeft het de voorkeur om met een éénzijdige maaibeweging te werken, van rechts naar links of andersom, en het gemaaide materiaal opzij te leggen. De breedte van de zaagcirkel wordt bepaald door de dichtheid van de vegetatie.

In minder dichte vegetatie werkt u met maaibewegingen in beide richtingen. Laat het mes het werk doen en maak soepele zwaaibewegingen, laat het gas aan het einde van de beweging los. Geef gas en breng het mes op snelheid voor u met de volgende zwaaibeweging begint. De hoge snelheid geeft het mes het vereiste moment, terwijl de loslaten van het gas de motor wat ademruimte geeft.